Voor Netties schreef ik een korte reeks van 3 artikels rond de cloud, en de manie om alles überhaupt digitaal te maken, zonder rekening te houden met de analoge mens, en zonder zich af te vragen of digitaal wel efficiënter werkt.

Alles in de cloud (1)
En de providers lachen in hun vuistje
“De cloud” lijkt tegenwoordig de hemel op aarde. Zo wordt deze manier van computeren immers omschreven: met niets dan voordelen. Geen software of bestanden meer op de eigen computer. Alles in de cloud. De software “huur” je, met als grote voordeel dat je geen dure updates moet betalen telkens er een nieuwe versie uitkomt van Office bijvoorbeeld. Je bestanden staan ook in de cloud, zoals je muziek – zo heb je hem altijd bij de hand. Een stapje verder is dan weer streaming, waarbij je echt niets “hebt”, zelfs niet huurt – het enige wat je hebt, is het recht om naar muziek te luisteren. Maar eigenlijk kan je dat laatste ook doen met een radio. Gratis.
Maar al te vaak worden de negatieve kanten van de “cloud” vergeten. Daarom enkele bedenkingen, over drie korte artikels uitgesmeerd. Om te beginnen durven wij te stellen dat de cloud geen alternatief is, zolang internettoegang niet alomtegenwoordig is, met een gewaarborgde minimum bandbreedte, en dat aan een betaalbare prijs. Tenzij van alle cloud-diensten een off-line mirror aangeboden wordt.

Het is immers heel interessant om je documenten ergens in de cloud, bij Google docs bijvoorbeeld, te zetten. Je hebt overal toegang, vanop elke computer. Maar wat als er geen internettoegang is, zoals op de trein? Wat als er wel een internetverbinding is, maar heel traag, zodat je na het intikken van elke letter even moet wachten tot ze op het scherm verschijnt? Vertrouw je Google wel voldoende, om te weten dat die niet jouw documenten gaat doorzoeken om het profiel dat er van jou gemaakt wordt wat aan te scherpen? En wat als Google per ongeluk jouw documenten wist? Natuurlijk kan jij ook zo stom zijn om jouw computer om zeep te helpen, maar dat is dan jouw verantwoordelijkheid – vooral wanneer je vergeten bent om een backup te nemen…

Trouwens, heb je er al bij stilgestaan dat al dat heen en weer reizen van data eigenlijk niet echt efficiënt is? En je ook geld kost? Tot nader order zijn de internetabonnementen in België nog altijd beperkt in volume. Streaming muziek, software in de cloud, backups in de cloud… het zijn data die hierbij verstuurd worden, data die aan jouw maandelijks volume knagen.
Zolang de drie basisvoorwaarden (alomtegenwoordig, minimum bandbreedte gewaarborgd, redelijke prijs) niet voldaan zijn, is de cloud geen echt alternatief, althans in onze ogen. Er bestaan uiteraard tussenoplossingen. Waarbij het merendeel van de werking op jouw computer gebeurt, maar het resultaat, de bestanden, in een eigen private cloud gezet worden, alleen toegankelijk voor jou. Verschillende waarnemers menen dat de private cloud dé trend zal worden van 2012. Daarover lees je meer bij Microsoft (1). Je zal zelfs je eigen private cloud thuis kunnen maken, via toestellen zoals de Pogoplug.(2) Een artikel dat duidelijk uitlegt wat “private cloud” betekent, vind je bij InfoWorld.(3)

Het belangrijkste is echter: dat jij voor jezelf uitmaakt wat het meest logische, efficiënte is. Want als dat niet het geval is, is de enige die bij deze situatie wint, de provider, die extra bandbreedte aanrekenen kan..

Alles in de cloud (2)
Is de cloud echt de oplossing? Voor alles?
Dit tweede artikel is eigenlijk meer een discussie analoog vs. digitaal – met een cloud kantje erbij. Het gaat namelijk over de trend om alles digitaal te willen doen met een connectie via het internet, zelfs indien de “oude” analoge methode eigenlijk sneller is, en een hybride vorm (cloud, met een analoog element – print – erbij) een mooi compromis is.

Drie voorbeelden om dit aan te halen: het tramkaartje, het parkeerticket, en het treinabonnement. Sinds kort kan je je ticket van De Lijn betalen met een sms. Je kan een parkeerticket betalen via sms door een bericht te sturen naar het nummer dat aangeduid staat op de kiosk waar je normalerwijze je ticket moet halen. Het verzenden van de sms kost je wel 15 eurocent extra. Als bewijs van betaling krijg je een sms met bevestiging teruggestuurd. Geen ticketje om achter de voorruit van je wagen te leggen dus.

Nu komt onze brave parkeerwachter eraan. Hij bekijkt de voorruit van een wagen, ziet  bij de conservatieve gebruiker, die niet “mee is” met de nieuwe technologie, een papieren parkeerticket dat uitgespuwd werd door de parkeerautomaat, en dat geldig is. Hij gaat door.  De volgende wagen met ticket is ook geldig, dat ziet de parkeerwachter met één ooogopslag. Dan komt hij aan jouw wagen. Daar ligt geen ticket. Dus haalt de parkeerwachter zijn toestel boven, tikt jouw nummerplaat in, zoekt waar hij een goede ontvangst heeft (echt waar, al vaak heb ik gezien dat de man zijn toestel boven het hoofd houdt), om dan een antwoord af te wachten. Efficiënt? (1)

En dan hebben we het niet eens over de verwerking van de betaling: Mobile For, dat in Antwerpen het sms-parkeren verzorgt, factureert aan Belgacom, dat op zijn beurt aan jou factureert; jij betaalt aan Belgacom, dat dan weer aan Mobile For betaalt. Alles verloopt automatisch, dat wel, maar het zijn weer enkele kliks en heen en weer gezonden data tussen allerlei datacentra.

Net zo voor het betalen via sms voor een ticket op de tram. Een controleur die de passagiers controleert, loopt vlot voorbij alle mensen met een abonnement, waarbij hij gemakkelijk de geldigheid kan aflezen. Eventueel vraag hij het identiteitsbewijs van de houder erbij ter controle. Maar bij het via sms betaalde De Lijn ticket, moet de controleur weer allerlei kunstgrepen uitvoeren om te weten te komen of jij wel voor je ticket betaald hebt. Gelukkig dat hij overal, ook in de metro, een internetverbinding heeft. Toch?

En net zo is de NMBS nu van plan om, in navolging van Nederland, een chipkaart in te voeren voor je abonnement. Je zal, als gebruiker, allicht wel tijd winnen bij het herladen van je chipkaart, want je moet niet meer aanschuiven aan het loket om je abonnement te verlengen. Dat gaat automatisch: in Nederland althans bestaat er een systeem dat je abonnement automatisch aanvult zodra je onder een bepaald bedrag (5 €  bijvoorbeeld) komt. (2)

Maar ook hier weer de bedenking: is digitaal zoveel efficiënter dan analoog? Of liever nog: is het afleveren van een stukje papier soms niet de extra stap die de brug tussen analoog en digitaal kleiner kan maken?

Onze arme oude controleur – of die frisse jonge deerne, want daarvan werken er tegenwoordig ook heel veel bij de NMBS!- komt immers de treincoupé binnen. Vroeger stak je je kaartje uit, en met een lekker ouderwetse kniptang werd een datum op je ticket of rittenkaart gestempeld. Had je een abonnement, dan kon de controleur met één oogopslag zien of je abonnement geldig was – en of je wel genoeg betaald had voor de luxe om in een klasse 1 voertuig te zitten. Nu echter moet de arme controleur stuk per stuk de kaarten voor zijn speciale lezer houden, om te zien of die geldig is. Er moet een internetverbinding gelegd worden met de centrale servers – een verbinding die voor de gewone gebruikers bijvoorbeeld op de lijn Antwerpen-Lier erg wisselvallig is. En dan pas kan hij controleren via een rood of groen symbool of jouw abonnement, of jouw ticket, in orde is. Trouwens: hoe weet jij tot wanneer jouw abonnement geldig is? Ik bijvoorbeeld verleng niet automatisch, want als mijn abonnement vervalt op vrijdag, verleng ik uiteraard pas op maandag.

Efficiënter zou een hybride vorm zijn: de chipkaart werkt digitaal, maar er hoort een print bij. Zowel de gebruiker is hierbij gebaat (hij kan zien wanneer hij zijn abonnement moet vernieuwen), als de controleur (hij ziet met één oogopslag de geldigheid, en vermoedt hij gesjoemel, dan kan hij de kaart in zijn chiplezer stoppen). Hetzelfde hybride principe geldt voor de parkeerautomaat: betaal gewoon aan de parkeerautomaat met een sms, en krijg een ticket. Alle auto’s moeten weer, zoals voorheen, een parkeerticket achter de voorruit hebben. Enkel indien het ticket verlopen is, moet de parkeerwachter controleren door jouw nummerplaat in zijn toestel in te voeren, of jij niet eventueel de parkeertijd met een extra sms verlengd hebt.

Voor het ticket van De Lijn (3) heb ik echter nog geen hybride oplossing gevonden. Misschien weten jullie wel raad? Of vinden jullie de cloud-manier toch wel veel efficiënter? Verbeter ons! Sla ons om de oren met arguementen!
Alles in de cloud (3)
Datacenters: energieverslinders, geen jobs
Na de misschien wat subjectieve bemerkingen over de cloud, toch enkele objectieve, die met data gestaafd worden. Om te beginnen vereisen al die cloud diensten heel wat datacenters. Wat voorheen op jouw computer gebeurde, moet nu op die servers verwerkt worden. Objectief gezien is het verwerken van data op jouw computer veel efficiënter. Want bij cloud computing zend jij data naar de cloud, daar worden ze verwerkt, en terug naar jou gestuurd.

Die datacenters hebben dus heel wat werk. Het zijn dan ook heel grote computerparken, ondergebracht in uitgestrekte gebouwen. Het datacenter van Google, waarover ZDNet verleden week berichtte (1) is daar een mooi voorbeeld van. Al dat gecomputer veroorzaakt ook een enorme hitte. Die moet afgevoerd worden, want de temperatuur in zo’n computerzaal zou in de kortste tijd enorm oplopen, en daar kunnen de computers niet tegen. Dus is er koeling nodig – en dat vraagt opnieuw energie. Volgens New York Times vraagt de koeling de helft van de energie die het kost om de computers draaiende te houden.

Waarom die hitte niet benutten? vroegen verschillende wetenschappers zich af. En zij komen af met het concept van de “data furnace” (of data oven/kachel). Grote bedrijven zouden hun servers (uiteraard meer dan eentje) in appartementsgebouwen zetten, en de hitte ervan zou aangewend worden voor verwarming En bij individuele woningen zouden één, twee, of drie kasten gevuld kunnen worden met servers, geplaatst door bedrijven zoals Microsoft, Google. De warmte afkomstig van de servers zou gekoppeld worden aan het bestaande verluchtingssysteem. (2) En in de zomer zou de warmte naar buiten afgevoerd kunnen worden, om bijvoorbeeld als droger voor de was te dienen.

In een ander artikel, bij The Washington Post (3), lees je dan weer dat, wanneer een datacenter aankondigt dat zij zich gaat vestigen in een stad, de stedelingen of het stadsbestuur niet meteen verheugd moeten opspringen. In die datacenters staan alleen maar servers. Het ontwikkelen van programma’s die op die servers draaien, geschiedt elders – vaak zelfs in lageloonlanden. Jobs worden er nauwelijks gecreëerd in die datacenters. Nochtans kennen overheden enorme financiële lokkertjes toe aan grote bedrijven om zich in een bepaalde regio te vestigen. Mogen we daaruit besluiten dat cloud computing niet alleen inefficiënt is, maar ook schadelijk voor het milieu (in zijn huidige vorm, tenzij de warmte nuttig aangewend wordt) en nutteloos voor de tewerkstelling?

 

Advertisements