Web 2.0: the user rules

Plaats een reactie

Dit artikel schreef ik in 2005; het werd gepubliceerd in het magazine Inside Internet. Verleden week kwam ik het toevallig tegen bij het verhuizen van mijn kantoortje. Bij het herlezen ervan voelde ik me fier, dat ik een analyse gemaakt had die nog altijd correct blijkt.

Wellicht was u er zich niet van bewust, en toch is het zo: het internet is een nieuwe fase ingegaan, Web 2.0. Een wereldwijd web, gekenmerkt door micro-informatie, mash-ups, en de belangrijke rol die weggelegd is voor de gebruiker:  hij bepaalt de inhoud én de vormgeving

 

Inleiding

 

De term “Web 2.0” werd voor het eerst geopperd door Dale Dougherty van O’Reilly Media. Tijdens een vergadering van O’Reilly en MediaLive International over het  thema voor een conferentie over het internet, vonden de  brainstormers van dienst dat de dot.com zeepbel in de herfst van 2001 dan wel gebarsten mocht zijn, maar dat het internet zelf levendiger was dan ooit tevoren. Meer nog: er waren razend interessante dingen gaande, en er doken elke dag veelbelovende nieuwe sites en toepassingen op. De bedrijven die de crash overleefd hadden, leken bepaalde dingen gemeenschappelijk te hebben. Er werden voorbeelden aangehaald: “DoubleClick is Web 1.0, Google AdSense Web 2.0; Ofoto is Web 1.0, Flickr Web 2.0” (zie kader). Het idee voor een eerste conferentie in oktober 2004 was geboren. De term “Web 2.0” groeide aan kracht, een tweede conferentie werd in oktober 2005 gehouden in San Francisco. En zoals het meestal is bij termen die een nieuwigheid, een bepaalde kracht aanduiden, werd ook “Web 2.0” door gisse reclamejongens al snel ingepalmd om hun product aan te prijzen, zelfs al had het niets met Web 2.0 te maken. Tijd dus om even te kijken wat Web 2.0 écht inhoudt.

 

Dit artikel wil geen exacte definities geven, maar wel aanstippen wat de gemeenschappelijke kenmerken zijn van sites en technologieën die absoluut Web 2.0 zijn. Want al betwisten sommigen de semantiek van deze term (Web 1.0 zou Usenet zijn, Web 1.5 zou dynamisch aangedreven content met Content Managing Systemen zijn, Web 2.0 zou de constante stroom informatie van bloggers en RSS feeds zijn, en nu zouden we met Google Maps, Flickr & Co aangeland zijn bij Web 3.0), toch bestaat er een algemene consensus: het huidige web is kwalitatief erg verschillend van het “oude”. Er is zelfs een intuïtief aanvoelen van wat Web 2.0 is en wat niet. Als twee personen zeggen: “XXX is absoluut Web 1.0 en YYY absoluut Web 2.0”, dan weten beiden waarover ze het hebben.

 

Wij zullen de mogelijkheden vermelden van enkele populaire sites die boegbeelden zijn van Web 2.0 (Flickr, Google Maps, Del.icio.us), en kort aanstippen wat Web 2.0 betekent voor webontwikkelaars. Bij deze introductie tot Web 2.0 gingen wij uit van artikels van de hand van Tim O’Reilly, Paul Graham en de definitie in Wikipedia; meer informatie over Web 2.0 is te vinden bij de Web 2.0 Workgroup, een verzameling weblogs rond dit thema.

 

 

WEB 2.0: microcontent als ontstaansreden

 

Web 1.0 was statisch en draaide rond technologieën die niet met elkaar samen kunnen werken. Bij Web 1.0 bepaalde de maker van een website ook wat u op die site kon doen, zelfs hoe u de pagina bekijken moest – denkt u maar aan de logo’s “Best viewed with Netscape Navigator 3.0 or higher at 800 x 600 resolution”. En aan de afbeeldingen “under construction” op een pagina, met het bekende manneke dat een put aan het graven was. Hierbij werd duidelijk uitgegaan van het idee dat de site binnenkort af zou zijn, en dan voor eeuwig zo zou blijven.

 

Dat is dus compleet veranderd – een evolutie die zich opdrong omdat de informatie te verspreid begon te worden. In plaats van enkele bronnen op het internet waar u content vond, kwamen er duizenden sites die elk een brokje micro-informatie aanboden. Er kwamen blogs en RSS-feeds, vaak met meer accurate en precieze informatie dan u bij de grote contentproviders vinden kon.

 

 

###

REPRISE

“the long tail: de collectieve kracht van kleine sites die samen het gros van de webcontent uitmaken”

 

Het begrip “the long tail” is dan ook een van de kenmerken van Web 2.0: de collectieve kracht van kleine sites die samen het gros van de content van het internet uitmaken. Richard MacManus drukt het als volgt uit: “Web 2.0:  een visie van het Web waarbij informatie opgedeeld wordt in “microcontent” eenheden die over dozijnen domeinen verdeeld kunnen worden. Het web van documenten is veranderd in een web van data. Wij kijken niet langer naar dezelfde oude bronnen voor informatie. Wij kijken nu naar een nieuwe set tools om microcontent te verzamelen (aggregeren) en hermixen, op nieuwe en nuttige manieren. Deze tools, de interfaces van Web 2.0, zullen de uitdaging worden bij design innovatie.”

 

Vrij gebruik van data, virtuele applicaties en mashups

 

Waar in het verleden de data afgeschermd werden, en enkel getoond in de interface die de “eigenaar” van de data bepaald had, worden de data bij Web 2.0 op verschillende wijzen getoond en gemanipuleerd.

 

De combinatie van drie populaire Web 2.0 sites en diensten is een mooi voorbeeld van deze vrijheid: fotosite Flickr (http://www.flickr.com), blogsite Geobloggers (http://www.geobloggers.com), en de Google Earth software (http://earth.google.com). De foto’s die u in Flickr uploadt, kan u bij Geobloggers van tags voorzien die de lengte- en breedtegraad weergeven van de plaats waar de foto genomen werd.  U plaatst een speld op een door de computer aangemaakte kaart die toont waar de foto gemaakt was. Daarna opent u de Google Earth software, een GIS systeem (Geographic Information System). Daar kan u naar een bepaalde locatie gaan (of liever: vliegen – de effecten zijn spectaculair!), waar u foto’s kan bekijken die door u en anderen op die locatie gemaakt zijn, en die door de software op de kaart geplaatst werden aan de hand van de geotags.

 

Ook een heel mooi voorbeeld is Amazon.com. De originele database met boeken kwam van het in 1872 gestichte bedrijf R.R. Bowker, het officiële Amerikaanse agentschap voor het toekennen van ISBN registernummers. Amazon echter heeft die data voortdurend uitgebreid, met o.a. informatie afkomstig van de uitgevers, zoals de afbeelding op de cover, de inhoudstafel, index, uittreksels, en, erg belangrijk, met besprekingen van de lezers. Al deze gegevens hebben ervoor gezorgd dat uiteindelijk Amazon, en niet Bowker, hét referentiepunt bij uitstek geworden is voor studenten, bibliothecarissen en de gewone gebruiker. Amazon heeft zelfs haar eigen identificatiemiddel uitgewerkt, de ASIN.

 

Welnu, op basis van de gegevensbank van Amazon heeft John Udell, analist bij InfoWorld, een bookmarklet gecreëerd, een klein javascript dat u als bookmark opslaat in uw browser, en waarmee u vanop de site van Amazon.com kan kijken of een bepaald boek verkrijgbaar is in de plaatselijke bibliotheek – zelfs of het binnen is, en eventueel te reserveren! De toepassing werkt momenteel enkel met enkele belangrijke Amerikaanse bibliotheken. (http://weblog.infoworld.com/udell/stories/2002/12/11/librarylookup.html – Het bookmarklet bestaat ook als Greasemonkey script http://weblog.infoworld.com/udell/gems/LibraryLookup.user.js ).

 

De Britse staatszender BBC heeft deze evolutie goed begrepen, en mag als lichtend voorbeeld beschouwd worden. “Auntie” stelt haar content beschikbaar, en moedigt ontwikkelaars aan om nieuwe toepassingen te bedenken voor de RSS-feeds die naar haar content verwijzen (http://backstage.bbc.co.uk).

 

Het openstellen van de data leidt, mits enige creativiteit, tot mash-ups, een term die afkomstig is uit de hip-hopwereld, en waarbij bestaande muziek hermixt wordt; de creativiteit ligt in de manier waarop de mix gebeurt. Een site waarvan gretig gebruik gemaakt wordt bij dezemash-ups, is die van GoogleMaps. Google heeft het API (Application Program Interface) van haar satellietfoto-annex-plattegronddienst opengesteld voor vrij gebruik. Sindsdien zijn er ontelbare toepassingen bedacht om dingen letterlijk en figuurlijk in kaart te brengen. Ludieke informatie zoals waar zich de brouwerijen bevinden, info over ski-oorden in de VS, bioscopen en de vertoningstijden van films, zelfs waar andere gebruikers van de populaire jongerensite MySpace zich bevinden (voor een uitgebreide lijst: zie http://coolgooglemaps.blogspot.com/), maar ook commerciële toepassingen, zoals de zoekmachine voor immobiliën Trulia  (http://www.trulia.com), dat elk huis op de kaart weergeeft dat te koop of te huur staat . Trulia combineert bovendien gegevens uit nog andere databases, zoals statistieken over de gemiddelde huizenprijs in de buurt, hoe lang het huis al op de markt is, enz.  Housingmaps (http://www.housingmaps.com) neemt dan weer data van de immobiliënzoekertjes bij annoncesite Craigslist.com en combineert deze gegevens met Google Maps.

 

###

REPRISE

data is de volgende Intel Inside

Tim O’Reilly

 

Nuttige en ludieke toepassingen, die allemaal één ding gemeen hebben: op de plattegrond staat telkens: “Powered by Google”. Wat O’Reilly tot de conclusie leidt: data is de volgende “Intel Inside”. De race is begonnen om bepaalde klassen belangrijke data te bezitten: locatie, identiteit, kalenders met openbare evenementen, productidentificatie.

 

Inbreng van de gebruiker

 

Waar web 1.0 voornamelijk éénrichtingsverkeer was, met een content-stroom van provider naar gebruiker toe, is web 2.0 tweerichtingsverkeer, met zelfs de nadruk op de inbreng van de gebruiker.

 

Web 1.0 was de Encyclopedia Britannica on line, Web 2.0 is Wikipedia. (http://www.wikipedia.org). Elke mens is wel expert op één of ander gebied, en kan een bijdrage over dit onderwerp schrijven in deze steeds groeiende encyclopedie;  elke andere internaut kan die bijdrage aanvullen of verbeteren. Het is een radicaal experiment in vertrouwen, maar wanneer er genoeg ogen zijn om alles te controleren, dan komt elke bug wel te voorschijn – dat is de filosofie die achter Wikipedia zit. En het blijkt nog te werken ook.

 

Natuurlijk zijn er ook de blogs, waar de gebruiker de content niet alleen kan lezen, maar ook zijn eigen bijdrage kan toevoegen. Door het gebruik van permalinks kan u rechtstreeks naar een posting binnen het blog verwijzen, en er uw commentaar op geven. Daaruit ontstaan discussie, chat, vriendschappen: de permalink bouwt bruggen tussen de weblogs. De blogospheer als gemeenschap is Web 2.0, als opvolger voor het Usenet (nieuwsgroepen) uit Web 1.0.

 

Sociale bookmarkingsites zoals Furl (http://www.furl.com) en Del.icio.us (http://del.icio.us – zie kader) spelen ook een belangrijke rol. Op zijn simpelste beschouwd kan u ze gebruiken als on line bewaarplaats voor uw bookmarks, zodat u ze altijd bij de hand hebt, op welke computer u ook werkt. Op zijn sociaalst genomen deelt u uw bookmarks met anderen, zodat zij kunnen profiteren van uw vondst. Hoe meer mensen deelnemen, hoe efficiënter de dienst werkt – weer een van de kenmerken van web 2.0. P2P ruildienst BitTorrent is daar eveneens een voorbeeld van.

 

###

REPRISE

Hoe meer mensen deelnemen, hoe beter de dienst werkt

 

De gebruiker bepaalt niet alleen de content, hij bepaalt ook wat nieuws is, via sites zoals Reddit (www.reddit.com), en Digg (www.digg.com) Als er iets belangrijks gebeurt ergens ter wereld, of er verschijnt een belangrijk artikel on line, dan kan u het gegarandeerd op deze sites terugvinden. Het principe: gebruikers leggen een link naar een artikel; hoe meer gebruikers er naar eenzelfde artikel verwijzen, hoe hotter het artikel, hoe hoger het in de lijst verschijnt, hoe sneller anderen dit artikel ook zullen lezen, en het door hun link weer hoger op de ranglijst duwen.

 

Wat tot een volgende conclusie leidt: de grootste internet succesverhalen moeten het niet hebben van advertenties voor hun product. Virale marketing, dat is het sleutelwoord. U kan zelfs stellen dat, als een site of product afhankelijk is van een adverteercampagne om de boodschap te verkondigen, dan is die site of het product absoluut niet Web 2.0.

 

###

REPRISE

Als een site of product afhankelijk is van reclame om de boodschap te verkondigen, dan is het geen Web 2.0

 

O’Reilly vermeldt nog andere punten waarbij de inbreng van de gebruiker belangrijk is, en die mooie perspectieven bieden naar de toekomst toe. Zoals de collaboratieve spamfilter van Cloudmark (http://www.cloudmark.com). Die verzamelt de individuele beslissingen van gebruikers, die bepalen wat spam is en wat niet. Dat systeem werkt accurater dan systemen die berusten op de analyse van de inhoud van de boodschappen zelf.  En vergeten we de infrastructuur van het internet niet: een groot deel ervan (denkt u maar aan Linux, Apache, MySQL, Perl, PHP, Python) berust op open broncode, waar door vele enthousiastelingen aan gewerkt wordt: collectieve, via het web samenwerkende intelligentie.

 

 

Software als een dienst, niet als product

 

Belangrijk bij Web 2.0 is ook het feit dat er tegenwoordig haast geen enkele software gemaakt wordt, die niet via het web kan werken. Maar Web 2.0 stelt hoge eisen aan de software; er moet voortdurend aan getimmerd worden, en daarbij is opnieuw de inbreng van de gebruiker van groot belang: de gebruiker bepaalt wat goed is en wat niet.  Real time monitoring van het gedrag van de gebruiker is dan ook een prioriteit. Cal Henderson, ontwikkelaar bij fotosite Flickr, onthulde dat bij de fotosite haast elk half uur nieuwe builds uitgerold worden op de site.

 

Een wel erg contrasterend model met de software voor Web 1.0. Het open source gezegde “release early, release often” werd door velen al extreem gevonden, maar gaat nu nog een stap verder: geen enkele software zal nog af zijn, maar in een eeuwige bèta verkeren. Dit verleidde Phil Wainwright in zijn ZDNet blog (http://blogs.zdnet.com/SAAS/?p=13) tot de conclusie dat de softwaregigant Microsoft die andere gigant, Google, niet kan verslaan. “Het business model van Microsoft is gebaseerd op het feit dat iedereen zijn computeromgeving elke twee tot drie jaar upgradet. Bij Google is het gebaseerd op het feit dat iedereen elke dag komt zien wat er nieuw is in zijn computeromgeving.”

 

Slotsom

Web 2.0 draait rond het vrij gebruik van data en het bouwen van toepassingen die gebruik maken van die data. Web 2.0 is participatief, en wordt steeds beter naargelang er meer mensen aan deelnemen. Het draait rond het delen van code, content, ideeën. Het draait rond communicatie en het bouwen van gemeenschappen.

 

Deze lijst is verre van volledig. Er zijn nog vele andere kenmerken van Web 2.0, zoals bijvoorbeeld het veelvuldig gebruik van de webtaal AJAX (Asynchrone JavaScript and XML) en de programmeermodellen, maar dit alles zou ons te ver leiden. Wij hebben enkel getracht u te wijzen op enkele kenmerken die u doen nadenken zodat u met ons zou knikken: Ja, er is waarlijk een Web 2.0. Op dit nieuwe web is het de gebruiker die heerst, hij bepaalt de inhoud en de interface. Het internet is er terug voor en door de gebruiker, zoals de oorspronkelijke grondleggers van het internet het eigenlijk ook bedoeld hadden. En dat is mooi.

 

Hilde Van Gool

Internetjournaliste

 

 

Bronnen:

Tim O’Reilly:

http://www.oreillynet.com/lpt/a/6228

 

Paul Miller:

http://paulmiller.typepad.com/thinking_about_the_future/2005/08/thinking_about_.html

 

Richard MacManus

http://www.digital-web.com/articles/web_2_for_designers/

 

Web 2.0 Workgroup:

http://web20workgroup.com/

 

 

### KADER ###

Del.icio.us en de tags: Folksonomy vs Taxonomy

 

Bij Del.icio.us kan u on line een lijstje van uw bookmarks bijhouden. Het bijzondere aan de site is dat u ook tags geeft aan uw bookmarks, trefwoorden die aangeven waarover de bookmark gaat. Na het aanmelden bij de site, installeert u een klein bookmarklet dat het gemakkelijker wordt om pagina’s te posten bij Del.icio.us; hiervoor moet u simpel het bookmarklet slepen naar uw balk met favorieten (is die niet zichtbaar, klik dan op View, Toolbars, Bookmarks Toolbar). Komt u voortaan een interessante pagina tegen, dan klikt u op de bookmarklet-knop, wat een pop-up venster opent. Hier vult u bijkomende informatie over de site in, en geeft u trefwoorden of tags op.

 

Nu kan u echt vertrekken. Door te klikken op een trefwoord (podcast bijvoorbeeld) wordt u naar een lijstje gevoerd met bookmarks van anderen, die eveneens het tag podcast meekregen. U kan het lijstje alfabetisch rangschikken, of per populariteit.

Wil u nog wat meer weten, kijk dan eens naar de verwante tags (related tags), of de personen van wie de bookmarks onder de tag “podcast” opgenomen zijn – wie weet hebben zij nog meer interessante links? Is er iemand bij die echt een neus blijkt te hebben voor goede links, dan kan u zich op zijn bookmarks abonneren en als RSS feed oproepen. Voegt die persoon een nieuwe bookmark toe, dan wordt u automatisch op de hoogte gehouden. Del.icio.us is duidelijk geen site voor mensen die hun bronnen geheim willen houden!

 

De site benut de tags erg handig en maakt er webadressen van. Iedere gebruiker heeft trouwens ook zijn eigen adres, in de vorm van http://del.icio.us/uwnaam. Elke tag heeft ook een adres: http://del.icio.us/podcast bijvoorbeeld, en de sub-tag “technology-general” wordt dan: http://del.icio.us/PodCast/Technology-General.

 

De trefwoorden kan u zelf volledig vrij kiezen, net zoals bij fotosite Flickr; u kan zelfs Nederlandse of Franse woorden gebruiken. Dit gebruik van tags is een van de andere kenmerken van Web 2.0 en wordt ook folksonomy genoemd, een samentrekking van het Engelse folks en taxonomy, wat systematiek betekent – met andere woorden: een vrij en constant evoluerend, door het volk gekozen klasseringssysteem, versus een vastliggend, welomlijnd klassificatiesysteem dat van bovenaf opgelegd wordt. Power to the people!

 

### KADER

 

Firefox: de browser waar de gebruiker baas is

De Firefox browser van Mozilla (http://www.mozilla.org/firefox) mag gerust de browser genoemd worden die thuishoort in Web 2.0 omwille van zijn gebruiksvriendelijkheid en de mogelijkheden om hem aan uw eigen behoeften aan te passen.

 

Vooreerst zijn er de Live Bookmarks, waardoor u RSS-feeds rechttreeks in uw browser kan bekijken, zonder naar de site te moeten surfen. U gaat hiervoor als volgt tewerk: surf naar een site die RSS feeds aanbiedt, zoals CNN. U zal nu in het adresvenster het speciale RSS-logo bemerken (een oranje vierkantje met golfjes als van een radar). Klik op het logo, en kies een van de RSS feeds, v.b. Add CNN Recent Stories to Live Bookmarks. Dit zet een RSS-knop in de Bookmark toolbar. Wanneer u voortaan op deze knop klikt, ziet u meteen de koppen van het laatste nieuws in een uitklapmenu. Zo hebt u meteen alle nieuws bij de hand!

 

Verder zijn er de “Extensies”. Die voegen extra mogelijkheden toe aan uw browser, zoals FoxyTunes, die een klein bedieningspaneel voor uw mediaplayer in de statusbalk van de Firefox browser zet, zodat u de player rechtstreeks vanuit Firefox kan bedienen. Of nog: de Resize Search Box, waarmee u het invulvakje rechts bovenaan uw browser groter of kleiner kan maken. Een uitgebreide lijst van Extensions en hoe ze te installeren vindt u bij Mozilla (https://addons.mozilla.org/extensions/?application=firefox)

 

Een speciale (en omstreden) extensie is Greasemonkey (http://greasemonkey.mozdev.org/); die maakt namelijk de uitvoering van “user scripts” mogelijk, iets wat door sommige waarnemers als regelrechte hacks beschouwd wordt. Na het installeren van de Greasemonkey extensie kan u scripts toevoegen; sommige zijn speciaal gemaakt voor bepaalde sites zoals Gmail, Flickr, Amazon, Google, enz.; sommige scripts gelden dan weer voor alle pagina’s en kunnen erg handig zijn. Wat denkt u bijvoorbeeld van een script dat een “play button” toevoegt aan elke link naar een MP3-bestand dat het op een pagina vindt? Of een script dat de mogelijkheid om rechts te klikken op een site toch mogelijk maakt, alhoewel de webbouwer die mogelijkheid uitgeschakeld had?  Ook de mogelijkheid om een boek van Amazon.com op te zoeken in de plaatselijke bibliotheek is verwerkt tot een userscript. Een erg uitgebreide lijst van Greasemonkey scripts is te vinden bij Userscripts.org (http://userscripts.org).

 

 

###

KADER

 

Web 1.0

Web 2.0

Double Click

Google Adsense

Ofoto

Flickr

Akamai

BitTorrent

mp3.com

Napster

Britannica Online

Wikipedia

personal website

blogging

evite.com

upcoming.org – EVDB

domain name speculation

search engine optimization

page views

cost per click

screen scraping

web services

publishing

participation

content management systems

wikis

directories (taxonomy)

tagging (folksonomy)

stickiness

syndication

onze toevoeging:

usenet nieuwsgroepen

 

blogosphere

 

 Web 1.0 versus Web 2.0 volgens Tim O’Reilly

 

 

 

 

 

 

 

###

Kader

Het belang van RSS feeds

RSS is de belangrijkste vooruitgang in de fundamentele architectuur van het internet, sinds de eerste hackers zich realiseerden dat CGI gebruikt kan worden om websites te maken die gebaseerd zijn op databases. Met RSS kan u niet alleen naar een pagina linken, maar er ook een abonnement op nemen, waardoor u verwittigd wordt telkens de pagina gewijzigd wordt. Erg belangrijk daarbij is de link naar het weblog. Want op zich is dat een link naar een pagina die voortdurend verandert, terwijl de “permalink” naar een individuele ingave in het blog verwijst. Een RSS feed is dus een veel sterkere link dan bijvoorbeeld een bookmark of een link naar een simpele pagina.

Tim O’Reilly

Advertenties

Bedenkingen bij De Cloud

2 reacties

Voor Netties schreef ik een korte reeks van 3 artikels rond de cloud, en de manie om alles überhaupt digitaal te maken, zonder rekening te houden met de analoge mens, en zonder zich af te vragen of digitaal wel efficiënter werkt.

Alles in de cloud (1)
En de providers lachen in hun vuistje
“De cloud” lijkt tegenwoordig de hemel op aarde. Zo wordt deze manier van computeren immers omschreven: met niets dan voordelen. Geen software of bestanden meer op de eigen computer. Alles in de cloud. De software “huur” je, met als grote voordeel dat je geen dure updates moet betalen telkens er een nieuwe versie uitkomt van Office bijvoorbeeld. Je bestanden staan ook in de cloud, zoals je muziek – zo heb je hem altijd bij de hand. Een stapje verder is dan weer streaming, waarbij je echt niets “hebt”, zelfs niet huurt – het enige wat je hebt, is het recht om naar muziek te luisteren. Maar eigenlijk kan je dat laatste ook doen met een radio. Gratis.
Maar al te vaak worden de negatieve kanten van de “cloud” vergeten. Daarom enkele bedenkingen, over drie korte artikels uitgesmeerd. Om te beginnen durven wij te stellen dat de cloud geen alternatief is, zolang internettoegang niet alomtegenwoordig is, met een gewaarborgde minimum bandbreedte, en dat aan een betaalbare prijs. Tenzij van alle cloud-diensten een off-line mirror aangeboden wordt.

Het is immers heel interessant om je documenten ergens in de cloud, bij Google docs bijvoorbeeld, te zetten. Je hebt overal toegang, vanop elke computer. Maar wat als er geen internettoegang is, zoals op de trein? Wat als er wel een internetverbinding is, maar heel traag, zodat je na het intikken van elke letter even moet wachten tot ze op het scherm verschijnt? Vertrouw je Google wel voldoende, om te weten dat die niet jouw documenten gaat doorzoeken om het profiel dat er van jou gemaakt wordt wat aan te scherpen? En wat als Google per ongeluk jouw documenten wist? Natuurlijk kan jij ook zo stom zijn om jouw computer om zeep te helpen, maar dat is dan jouw verantwoordelijkheid – vooral wanneer je vergeten bent om een backup te nemen…

Trouwens, heb je er al bij stilgestaan dat al dat heen en weer reizen van data eigenlijk niet echt efficiënt is? En je ook geld kost? Tot nader order zijn de internetabonnementen in België nog altijd beperkt in volume. Streaming muziek, software in de cloud, backups in de cloud… het zijn data die hierbij verstuurd worden, data die aan jouw maandelijks volume knagen.
Zolang de drie basisvoorwaarden (alomtegenwoordig, minimum bandbreedte gewaarborgd, redelijke prijs) niet voldaan zijn, is de cloud geen echt alternatief, althans in onze ogen. Er bestaan uiteraard tussenoplossingen. Waarbij het merendeel van de werking op jouw computer gebeurt, maar het resultaat, de bestanden, in een eigen private cloud gezet worden, alleen toegankelijk voor jou. Verschillende waarnemers menen dat de private cloud dé trend zal worden van 2012. Daarover lees je meer bij Microsoft (1). Je zal zelfs je eigen private cloud thuis kunnen maken, via toestellen zoals de Pogoplug.(2) Een artikel dat duidelijk uitlegt wat “private cloud” betekent, vind je bij InfoWorld.(3)

Het belangrijkste is echter: dat jij voor jezelf uitmaakt wat het meest logische, efficiënte is. Want als dat niet het geval is, is de enige die bij deze situatie wint, de provider, die extra bandbreedte aanrekenen kan..

Alles in de cloud (2)
Is de cloud echt de oplossing? Voor alles?
Dit tweede artikel is eigenlijk meer een discussie analoog vs. digitaal – met een cloud kantje erbij. Het gaat namelijk over de trend om alles digitaal te willen doen met een connectie via het internet, zelfs indien de “oude” analoge methode eigenlijk sneller is, en een hybride vorm (cloud, met een analoog element – print – erbij) een mooi compromis is.

Drie voorbeelden om dit aan te halen: het tramkaartje, het parkeerticket, en het treinabonnement. Sinds kort kan je je ticket van De Lijn betalen met een sms. Je kan een parkeerticket betalen via sms door een bericht te sturen naar het nummer dat aangeduid staat op de kiosk waar je normalerwijze je ticket moet halen. Het verzenden van de sms kost je wel 15 eurocent extra. Als bewijs van betaling krijg je een sms met bevestiging teruggestuurd. Geen ticketje om achter de voorruit van je wagen te leggen dus.

Nu komt onze brave parkeerwachter eraan. Hij bekijkt de voorruit van een wagen, ziet  bij de conservatieve gebruiker, die niet “mee is” met de nieuwe technologie, een papieren parkeerticket dat uitgespuwd werd door de parkeerautomaat, en dat geldig is. Hij gaat door.  De volgende wagen met ticket is ook geldig, dat ziet de parkeerwachter met één ooogopslag. Dan komt hij aan jouw wagen. Daar ligt geen ticket. Dus haalt de parkeerwachter zijn toestel boven, tikt jouw nummerplaat in, zoekt waar hij een goede ontvangst heeft (echt waar, al vaak heb ik gezien dat de man zijn toestel boven het hoofd houdt), om dan een antwoord af te wachten. Efficiënt? (1)

En dan hebben we het niet eens over de verwerking van de betaling: Mobile For, dat in Antwerpen het sms-parkeren verzorgt, factureert aan Belgacom, dat op zijn beurt aan jou factureert; jij betaalt aan Belgacom, dat dan weer aan Mobile For betaalt. Alles verloopt automatisch, dat wel, maar het zijn weer enkele kliks en heen en weer gezonden data tussen allerlei datacentra.

Net zo voor het betalen via sms voor een ticket op de tram. Een controleur die de passagiers controleert, loopt vlot voorbij alle mensen met een abonnement, waarbij hij gemakkelijk de geldigheid kan aflezen. Eventueel vraag hij het identiteitsbewijs van de houder erbij ter controle. Maar bij het via sms betaalde De Lijn ticket, moet de controleur weer allerlei kunstgrepen uitvoeren om te weten te komen of jij wel voor je ticket betaald hebt. Gelukkig dat hij overal, ook in de metro, een internetverbinding heeft. Toch?

En net zo is de NMBS nu van plan om, in navolging van Nederland, een chipkaart in te voeren voor je abonnement. Je zal, als gebruiker, allicht wel tijd winnen bij het herladen van je chipkaart, want je moet niet meer aanschuiven aan het loket om je abonnement te verlengen. Dat gaat automatisch: in Nederland althans bestaat er een systeem dat je abonnement automatisch aanvult zodra je onder een bepaald bedrag (5 €  bijvoorbeeld) komt. (2)

Maar ook hier weer de bedenking: is digitaal zoveel efficiënter dan analoog? Of liever nog: is het afleveren van een stukje papier soms niet de extra stap die de brug tussen analoog en digitaal kleiner kan maken?

Onze arme oude controleur – of die frisse jonge deerne, want daarvan werken er tegenwoordig ook heel veel bij de NMBS!- komt immers de treincoupé binnen. Vroeger stak je je kaartje uit, en met een lekker ouderwetse kniptang werd een datum op je ticket of rittenkaart gestempeld. Had je een abonnement, dan kon de controleur met één oogopslag zien of je abonnement geldig was – en of je wel genoeg betaald had voor de luxe om in een klasse 1 voertuig te zitten. Nu echter moet de arme controleur stuk per stuk de kaarten voor zijn speciale lezer houden, om te zien of die geldig is. Er moet een internetverbinding gelegd worden met de centrale servers – een verbinding die voor de gewone gebruikers bijvoorbeeld op de lijn Antwerpen-Lier erg wisselvallig is. En dan pas kan hij controleren via een rood of groen symbool of jouw abonnement, of jouw ticket, in orde is. Trouwens: hoe weet jij tot wanneer jouw abonnement geldig is? Ik bijvoorbeeld verleng niet automatisch, want als mijn abonnement vervalt op vrijdag, verleng ik uiteraard pas op maandag.

Efficiënter zou een hybride vorm zijn: de chipkaart werkt digitaal, maar er hoort een print bij. Zowel de gebruiker is hierbij gebaat (hij kan zien wanneer hij zijn abonnement moet vernieuwen), als de controleur (hij ziet met één oogopslag de geldigheid, en vermoedt hij gesjoemel, dan kan hij de kaart in zijn chiplezer stoppen). Hetzelfde hybride principe geldt voor de parkeerautomaat: betaal gewoon aan de parkeerautomaat met een sms, en krijg een ticket. Alle auto’s moeten weer, zoals voorheen, een parkeerticket achter de voorruit hebben. Enkel indien het ticket verlopen is, moet de parkeerwachter controleren door jouw nummerplaat in zijn toestel in te voeren, of jij niet eventueel de parkeertijd met een extra sms verlengd hebt.

Voor het ticket van De Lijn (3) heb ik echter nog geen hybride oplossing gevonden. Misschien weten jullie wel raad? Of vinden jullie de cloud-manier toch wel veel efficiënter? Verbeter ons! Sla ons om de oren met arguementen!
Alles in de cloud (3)
Datacenters: energieverslinders, geen jobs
Na de misschien wat subjectieve bemerkingen over de cloud, toch enkele objectieve, die met data gestaafd worden. Om te beginnen vereisen al die cloud diensten heel wat datacenters. Wat voorheen op jouw computer gebeurde, moet nu op die servers verwerkt worden. Objectief gezien is het verwerken van data op jouw computer veel efficiënter. Want bij cloud computing zend jij data naar de cloud, daar worden ze verwerkt, en terug naar jou gestuurd.

Die datacenters hebben dus heel wat werk. Het zijn dan ook heel grote computerparken, ondergebracht in uitgestrekte gebouwen. Het datacenter van Google, waarover ZDNet verleden week berichtte (1) is daar een mooi voorbeeld van. Al dat gecomputer veroorzaakt ook een enorme hitte. Die moet afgevoerd worden, want de temperatuur in zo’n computerzaal zou in de kortste tijd enorm oplopen, en daar kunnen de computers niet tegen. Dus is er koeling nodig – en dat vraagt opnieuw energie. Volgens New York Times vraagt de koeling de helft van de energie die het kost om de computers draaiende te houden.

Waarom die hitte niet benutten? vroegen verschillende wetenschappers zich af. En zij komen af met het concept van de “data furnace” (of data oven/kachel). Grote bedrijven zouden hun servers (uiteraard meer dan eentje) in appartementsgebouwen zetten, en de hitte ervan zou aangewend worden voor verwarming En bij individuele woningen zouden één, twee, of drie kasten gevuld kunnen worden met servers, geplaatst door bedrijven zoals Microsoft, Google. De warmte afkomstig van de servers zou gekoppeld worden aan het bestaande verluchtingssysteem. (2) En in de zomer zou de warmte naar buiten afgevoerd kunnen worden, om bijvoorbeeld als droger voor de was te dienen.

In een ander artikel, bij The Washington Post (3), lees je dan weer dat, wanneer een datacenter aankondigt dat zij zich gaat vestigen in een stad, de stedelingen of het stadsbestuur niet meteen verheugd moeten opspringen. In die datacenters staan alleen maar servers. Het ontwikkelen van programma’s die op die servers draaien, geschiedt elders – vaak zelfs in lageloonlanden. Jobs worden er nauwelijks gecreëerd in die datacenters. Nochtans kennen overheden enorme financiële lokkertjes toe aan grote bedrijven om zich in een bepaalde regio te vestigen. Mogen we daaruit besluiten dat cloud computing niet alleen inefficiënt is, maar ook schadelijk voor het milieu (in zijn huidige vorm, tenzij de warmte nuttig aangewend wordt) en nutteloos voor de tewerkstelling?

 

Facebook: wie wil dit allemaal lezen?

Plaats een reactie

Een drieluik dat morgen verschijnt bij Netties.be

Facebook: de Timeline
Grote veranderingen bij Facebook – maar zie jij het zitten?
Verleden week heeft Facebook op de F8 conferentie enkele drastische wijzigingen aangebracht aan het o zo populaire netwerk; en ja, het is populair, want de 500 miljoen personen die Facebook bezoeken is geen cijfer dat een hele maand omspant, maar wel per dag. En dat kan tellen!
Wat Facebook eigenlijk gedaan heeft is de News Feed die voorheen bestond, opsplitsen in 3 niveaus. Bovenaan komt er een ticker, zoals je die kent bij de beursberichten, met daarin korte meldingen van wat NU gebeurt. Een tweede niveau is Relevant, een feed met nieuwsberichten uit jouw vriendenkring. Een derde niveau is Historisch, de Timeline.
Vooral die laatste heeft een bewonderend gefluit ontlokt aan vriend en vijand. Het is dan ook een knap concept: het omspant je hele leven. Timeline is een pagina die blijft scrollen; gek genoeg bepaal jij niet zelf wat er in die Timeline komt, het is Facebook dat dit doet, op basis van een algoritme. Facebook bekijkt namelijk hoe belangrijk iets was, en hoe lang geleden het gebeurde. De meest recente evenementen krijgen hogere prioriteit, en staan bovenaan, met de oudste dingen onderaan. Je kan ook een bepaald jaar kiezen, en Timeline zal je tonen wat er dat jaar gebeurde in jouw leven.
Hoe Facebook dat weet? Wel, daarvoor zal jij moeten zorgen – of heb je misschien al gedaan, door foto’s te uploaden uit jouw jeugd, en daar jaartallen op te plakken. Nu wordt het dus nog interessanter om een echt plakselboek van je Facebook pagina te maken. Je kan dus retroactief content toevoegen over een bepaalde periode. En je kan foto’s of postings die je in een bepaalde periode op Facebook geplaatst hebt, maar toen privé gezet had, nu aan je publieke tijdlijn toevoegen. Of andere dingen verwijderen. (1) Een leuke functie, ware het niet dat een algoritme gaat bepalen in jouw plaats wat er belangrijk is/was in jouw leven. Misschien kan jij daarmee leven, maar wij hebben daar toch vragen bij…
Deze Timeline zal dus het huidige uitzicht van je account vervangen. Misschien nog niet vandaag, maar in de toekomst zullen alle profielen overgezet worden naar de Timeline interface. Wil je weten hoe jouw pagina eruit zou zien met Timeline, dat kan. Je moet dan wel even zorgen via je instellingen dat de interface taal van Facebook op “Engels” ingesteld staat. En daarna volg je de instrucies die je bij TechCrunch vindt.
De Timeline kan ook bekeken worden als een pagina met allerlei mogelijke content (tekst, foto’s, video’s…) maar je kan ook kiezen om enkel foto’s te zien, of de Timeline enkel te bezien op basis van plaatsen.

Facebook en Apps: wat je NU doet
Niet meer Liken, maar bezig zijn.
Een tweede belangrijke aankondiging bij F8 was het verder uitbreiden van de Facebook API. Sites zullen nog meer dan tevoren toegang krijgen tot jouw informatie via de Open Graph. Daarbij moet opgemerkt worden dat jij niet langer op een button moet klikken om iets te “liken”; neen, zodra je een app toegang geeft tot jouw Facebook profiel, dan zal die telkens jij iets doet, dat vermelden. Een boekenapp zal zeggen dat jij boek X leest. Een muziekapp zal zeggen dat jij naar song Y luistert. Een tv-app zal vertellen dat jij naar feuilleton A kijkt. Geen “like” meer, gewoon een neutrale melding – die evengoed wat vertelt over jou. En de app zal àlles vermelden wat jij leest, beluistert, bekijkt, automatisch. Scary? Misschien toch een beetje. Je moet niet naar de goorste porno kijken op tv, om toch beschaamd te zijn over jouw kijkgedrag – moeten jouw vrienden weten dat je naar elke Mijn Restaurant, Komen Eten, enz. kijkt in plaats van naar de o zo interessante programma’s op Canvas?
Die apps gaan trouwens ver – en de toestemming die je moet geven is slechts eenmalig, zodat je soms vergeet aan wie jij allemaal toestemming gegeven hebt. Een Nike app zal automatisch vertellen hoe lang je gelopen hebt. Een kooksite zal vertellen welk gerecht je gemaakt hebt. Een apparaat dat jouw slaapgewoonten registreert, zal automatisch vertellen  hoe lang je geslapen hebt. Alles KAN gepost worden. En reken maar dat het gepost ZAL worden. Passief delen, in plaats van actief delen.
Deze activiteiten komen dus in de ticker te staan bovenaan. Maar, zo lees je bij TechCrunch (2), wanneer het op muziek aankomt kan je nog verder gaan. Er komt namelijk een Music Dashboard, dat je aanmaken als  een permanent bookmark in de linkerbalk van je profiel. Dat doe je door op de speellijst van een vriend te klikken, of op de rechtstreekse link te klikken. Ben je op minstens één van de muziekdiensten geabonneerd die met Facebook samenwerken, zoals Spotify, dan kan je niet alleen zien naar welke songs jouw vrienden luisteren, wat de top songs zijn, maar kan je ook naar bepaalde songs luisteren in streaming formaat, zonder dat je de song hebt; de song wordt dan wel afgespeeld in jouw standaard player.

Facebook nieuwigheden: de bedenkingen
Ga jij nu je hele leven toevertrouwen aan Facebook?
Het concept van wat Facebook nu gelanceerd heeft, is prachtig. Facebook wordt een fotoalbum met daarin jouw hele leven. En knap bekeken van Facebook ook, want het is het ideale manier om de gebruiker aan zich te binden – je gaat dat prachtige fotoalbum dat je aangemaakt hebt bij Facebook toch niet weggooien? Wie zich echt op Facebook geëngageerd had, zou daarmee zijn hele leven weggooien…
Slim bekeken van Facebook, inderdaad. Maar hier horen toch enkele bedenkingen op zijn plaats. Om te beginnen: is het geen overdaad aan informatie die de gebruiker nu te zien krijgt op zijn Facebook pagina? De Timeline is één ding, maar de ticker bovenaan, met een constante stroom van dingen waarmee je vrienden bezig zijn, is dat niet wat overdreven? Het gevaar bestaat trouwens dat de gebruiker zich gaat afsluiten voor deze overdaad aan informatie, en de ticker niet meer bekijken zal. En dan is het hele nut van die straam teniet gedaan.
Een tweede opmerking draait rond het “sociale” van Facebook. Inplaats van te draaien rond vrienden, is het nu het “IK” dat centraal staat, met de Timeline. Het is jouw leven dat centraal staat, jou wgeschiedenis, de dingen die je deed, met wie je de dingen gedaan hebt.  Door juist die dingen vast te leggen die je normaal gezien niet zou noteren (welk boek je gelezen hebt, welke film je bekeek, welke plaat je beluisterde, …) en dat volkomen automatisch, wordt Facebook jouw geschiedenis. (1)
En tot slot: hoe zit het met de privacy? Of liever nog: moet iedereen weten wat jij goed vindt? Ben jij een influencer, iemand met veel “klout”, dan kan dat zijn nut hebben, want de muziek die jij nu goed vindt, kan wel eens de muziek zijn die over een maand of 3 in de top 50 staat. Maar wie ben ik om te zeggen dat mijn muziekkeuze de moeite waard is om vermeld te worden op Facebook? Met alle respect, maar moet iedereen weten dat een fictieve boer Charel naar Laura Lynn luistert, Dag Allemaal juist gelezen heeft, en nu naar een heruitzending van Den Bomba gaat kijken? Voor de meeste mensen op Facebook is dat niet echt van belang. Voor Facebook echter wel, want het heeft weer wat data toegevoegd aan zijn grote database, die het netjes verkopen kan aan adverteerders, die op basis van jouw voorkeuren advertenties gaan plaatsen.
Het hele Timeline gebeuren doet met trouwens terugdenken aan een cartoon in Humo, waarin iemand rondzeulde met een camera, om zijn hele leven vast te leggen. Tot iemand vroeg: en wanneer ga je dat allemaal bekijken? Een tweede leven hebben we niet…
Maar misschien ben jij wél te vinden voor de nieuwigheden van Facebook? Laat het ons gerust weten in een reactie. Ondertussen geven we je toch even een satirsch artikel mee van Dan Lyons, waarin hij de lofzang op de Timeline hekelt .
En een krtisch artikel van Mashable, over de nieuwigheden en Facebook . Plus een artikel op Marketingfacts, dat de TimeLine de nieuwe geschiedenis inprijst…

P.S. “Wij” in dit artikel, is de redactie van het netties e-zine (www.netties.be)

Oproep aan Electrabel en Co: noteer mijn meterstand nu!

4 reacties

De brandstofprijzen stijgen. De prijs van gas (en wie weet, ook die van elektriciteit) zullen mee stijgen. Electrabel heeft alvast aangekondigd dat het aan de gebruiker wil vragen om vrijwillige het maandelijkse voorschot met 20 tot 40 euro te verhogen, om te voorkomen dat de huidige voorschotten niet toereikend meer zijn, en de gebruiker veel zal moeten bijbetalen bij de jaarlijkse eindafrekening.
Een loffelijk initiatief, sociaal denkend van Electrabel (en Co) denk je dan. Maar heb je er al eens stil bij gestaan dat de gebruiker helemaal geen controle meer heeft over zijn energierekening? Laat me toe dit even toe te lichten.
De meterstand wordt al een aantal jaren één keer per jaar opgenomen. Vroeger kwamen daarvoor meteropnemers langs, maar dat was blijkbaar een te grote kost voor de energiebedrijven, en tegenwoordig moet elke gebruiker zelf de meterstand noteren en doorbellen naar Eandis. Die verzamelt de meterstanden, geeft ze door aan je energieproducent (Luminus, Electrabel, …) , en na een maand of drie (!) krijg je dan de eindafrekening. En worden de reeds verrekende voorschotten afgerekend, zodat je iets bij moet betalen of iets terugtrakt.
Maar wat staat er op die factuur? Zoveel kubieke meter gas, zoveel kilowatuur werd verbruikt. Daarboven komen een reeks ondoorzichtige vaste en variabele kosten, maar dat even terzijde. Wat is echter de tariefeenheid van die M3 gas, en die KWh? Dat is één tarief, voor de hele afgelopen periode. Maar je kan ons niet wijsmaken dat de gas- en elektriciteitsprijs in die periode, het afgelopen jaar, niet gewijzigd is – de ene maand wat hoger, de andere  maand wat lager. En toch wordt je hele verbruik van het hele jaar aan dat ene tarief aangerekend.
Nu staan we dus voor een beduidende verhoging van de gasprijs. Dan heb je, logischerwijze, als gebruiker het recht om je gasconsumptie tot vandaag aan een lager tarief te krijgen. En vanaf morgen wordt dan de hogere prijs toegepast – tot, hopelijk, de prijs terug zakt, en de lagere prijs terug geldt. Maar hoe kunnen Electrabel en Co weten hoeveel gas je gebruikt hebt aan de hogere prijs, en hoeveel aan de lagere prijs?
Mijn oproep daarom: als consument zou je het recht moeten hebben, wanneer Electrabel & Co een prijsverhoging aankondigen, om de meterstand te noteren, die door te sturen aan je energieproducent, en de reële consumptie aan dat bepaald tarief terug te vinden op je eindfactuur.
Het ontbreekt mij aan tijd om rond dit gegeven een petitie op te starten. Maar als genoeg mensen nadenken over deze onnauwkeurigheid, om niet te spreken van bedrog, dan zal toch iemand de politieke moed hebben om een rechtvaardige, correct berekende facturatie van Electrabel & Co te eisen?
Een retweet met #meterstandnu zou welkom zijn…

Update: Zoals @raf____ terecht opmerkt zijn het de netwerkbeheerders die de meterstand noteren, niet de energieproducenten. Maar dat verandert niets aan het onrechtvaardige principe van de eenheidsprijs.

Apple-abonnement is geen “toegeving” aan Vlaamse uitgevers

1 reactie

Hieronder drie korte artikels die ik vandaag voor Netties geschreven heb, en die vannacht gepubliceerd worden. Daarin zet ik mijn persoonlijke mening neer over het perscommuniqué dat Apple dinsdag verspreidde in verband met het abonnementssysteem via de App Store.

Voel je vrij om hierop te reageren!

Steve Jobs: ons beleid is simpel, wij willen 30%
Zal de uitgeverswereld dit dictaat aanvaarden?
Steve Jobs heeft de voorwaarden voor de abonnementen in de App Store duidelijk gemaakt. En wij citeren even: “Onze filosofie is simpel: wanneer Apple een nieuwe abonnee brengt voor de App, dan verdient Apple een aandeel van 30%; wanneer de uitgever een bestaande of nieuwe abonnee naar de app brengt, dan behoudt de uitgever 100% en verdient Apple niets”.
Nu, dat lijkt eerlijk. Of niet? Er zijn verschillende problemen met deze “filosofie”. Het binnenhalen van een nieuwe abonnee (acquisition cost in vaktermen genoemd) kost inderdaad veel moeite. Maar jij en ik weten dat Apple geen enkele moeite moet doen om die abonnee binnen te halen – hij wordt door de uitgever verleid om de app te installeren, en dan is het maar al te gemakkelijk om op die knop “neem een abonnement” te drukken.  Eigenlijk is de rol van Apple hier beperkt tot een bedrijf dat de betaling mogelijk maakt – zoals een kredietkaartmaatschappij. En die vragen meestal slechts 2,5% commissie, en een kleine transactiekost (meestal 0,25 dollarcent). Dus 30% lijkt wat veel, niet? Komt daar nog bij dat Apple de gegevens over de abonnees in handen houdt, en die zijn ook geld waard.
Er is nog een probleem. Want de tekst gaat nog verder. “Alles wat we vragen is dat, wanneer een uitgever een abonnement aanbiedt buiten de app, datzelfde (of goedkoper) aanbod in de app gemaakt wordt”. Met andere woorden: elke uitgever wordt verplicht om een in-app abonnement aan te bieden. Tegen 30 juni zouden alle uitgevers hun app daarvoor aangepast moeten hebben.
En het gaat nog verder. “Uitgevers mogen niet langer in hun apps links aanbieden (naar een website bijvoorbeeld), waar de klant content of abonnementen buiten de app kan aankopen”.
En dat lijkt toch een beetje te inhalig, niet? Liefhebbers van de vrije markteconomie zullen meteen uit hun krammen schieten: “Apple verdient die kritiek niet! Het bedrijf is baas in de eigen winkel, en heeft het recht om zelf te bepalen wat er in die winkel gebeurt. En als je het niet bevalt, ga dan maar elders met je app.”
Waarop wij erop wijzen dat de iPad, althans in de VS, momenteel een marktaandeel van 80% heeft op de tablet markt. En dat er dus (momenteel) weinig “elders” bestaat. Er gaan ondertussen al, niet onterecht, stemmen op dat Apple zich hiermee wel eens op het terrein van de antitrustwetgeving zou kunnen begeven.
De lezer weet dat de Europese wetgever zich al langer ongerust maakt over de “30%-filosofie” van Apple. Volgende week komen de Europese uitgevers bijeen om zich te beraden over het probleem van de Apple-abonnementen. En voor degene die nu zegt: ja maar, jullie zijn veel te hard voor Apple, dat bedrijf mag toch vrij zaken doen? Daarop antwoorden wij: stel dat niet Apple, maar Microsoft deze werkwijze gehanteerd had. Hadden jullie dan al niet lang geleden aan de alarmbel getrokken, en Microsoft een uitzuiger genoemd? Het is niet omdat Apple “stijlvol” is, dat deze 30% dwingelandij plots aanvaardbaar wordt…
http://newsgrange.com/is-apple-getting-too-greedy-demands-30-cut-of-in-app-subscriptions/

Reacties op de filosofie van Apple
Wat met Netflix en co?
Uiteraard is er heel veel te doen rond deze aankondiging van Apple. Wij noteerden enkele opmerkingen, en laten de lezer graag zelf wat meer commentaren vinden via TechMeme, dat zoals gewoonlijk alles op een rijtje zette. (1)
Om te beginnen: ja, Apple heeft een heel simpel, gemakkelijk, gebruiksvriendelijk systeem bedacht waarmee uitgevers en ontwikkelaars hun waren aan de gebruiker kunnen aanbieden, die met één klik iets kan aankopen. Geen geklungel met kredietkaarten, hupsakee en het is klaar. De ontwikkelaars krijgen een pracht van een platform, een reuzengrote vitrine, en de meesten zijn blij met het systeem, omdat het feit dat zij in de Appp Store verkrijgbaar zijn, ook een zekere kwalitatieve controle inhoudt. En zij betaalden grif de 30% commissie.
Maar nu wordt dat systeem dus uitgebreid naar alles wat met een abonnement verkocht wordt. Over de uitgevers hebben we het al even gehad in het vorig artikel. Voor hen is er nog een grote onduidelijkheid: wat met abonnementen op papieren uitgaven, waarbij een digitaal abonnement gratis gegeven wordt? Hierop kan immers geen 30% gevraagd worden.
Geldt deze 30% regel ook voor abonnementen op muziek- en filmdiensten, zoals Netflix en Rhapsody? Die laatste heeft alvast aangekondigd dat het niet zal toegeven aan de eis van Apple. Dat betekent natuurlijk wel dat het zijn app uit de App Store zal moeten terugtrekken, en veel gebruikers zal verliezen. Het is dan ook de vraag of Rhapsody op zijn eentje Apple tot een ander standpunt kan dwingen. (2)
En dan nog iets. In de Vlaamse pers wordt deze aankondiging voorgesteld als een grote overwinning van de Vlaamse uitgevers op Apple. Inderdaad hadden ministers Lieten en Van Quickenborn boos gereageerd toen de uitgevers eindelijk begrepen dat die mooie iPad en de hele AppStore ecologie een prijs hebben. In een artikel bij De Standaard (3) staat te lezen: “De uitgevers behouden het recht om de abonnees van hun papieren kranten en hun websites gratis toegang te geven op iPad, wat voor Roularta en Corelio een essentiële eis was.”.  Zo’n grote overwinning kan je dat moeilijk noemen, dat de uitgevers gratis content mogen uitdelen via de iPad – de hele bedoeling van die iPad was toch om eindelijk een goed werkend betaalmodel te vinden voor nieuws? (3)
http://www.techmeme.com/110215/p55#a110215p55
http://www.engadget.com/2011/02/15/rhapsody-wont-bow-to-apples-subscription-policy-issues-statem/
http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20110215_101&subsection=64

Google lanceert One Pass
Alternatief voor uitgevers
Het kon niet op een betere dag komen: net terwijl de hele uitgeverswereld steigert omwille van de abonnementsvoorwaarden die Apple aangekondigd heeft, meldt Google dat het een micropayment systeem brengt voor uitgevers. Met OnePass kunnen uitgevers hun eigen prijs bepalen voor nieuws, artikels en andere content. Zij zijn volledig de baas over hun content, en ook over de gegevens van de abonnees. De uitgevers krijgen immers een rechtstreeks contact met de klant (de lezer), die de content niet alleen op websites kan raadplegen, maar ook via mobiele apps. De uitgever bepaalt zelf wat hij aanbiedt: een abonnement per dag, week, maand jaar, of x keer toegang tot de site, Freemium toegang (gratis toegang voor basis artikels, maar voor extra’s moet je betalen) of betalen per artikel – ongeacht of het nieuws nu aangeboden wordt op een website of in een app. En ja: een systeem waarbij de lezer gratis digitale toegang krijgt  (via website, app of andere) indien hij een papieren abonnement neemt mag ook. Betalen geschiedt via Checkout, het micropayment betalingssysteem van Google, dat tot nu toe nog niet echt veel succes kende. Maar misschien is dit de aanzet die Checkout nodig heeft om van de grond te komen?
Het systeem zou werken met een soort van coupons: de uitgevers geven hun klanten een code, en die geeft dan toegang tot content op Google One Pass apps en sites. Een filmpje dat uitlegt hoe het systeem werkt vind je bij The Next Web. TechCrunch heeft meer uitleg.
http://thenextweb.com/google/2011/02/16/google-launches-one-pass-micropayment-system-for-publishers/
http://techcrunch.com/2011/02/16/powered-by-google-checkout-one-pass-is-a-simple-payment-system-for-content-publishers/

Content moet platform onafhankelijk zijn

Plaats een reactie

Dit is een reeks van 3 artikels, die ik vandaag voor het e-zine Netties schreef. De artikels drukken mijn bezorgdheid uit over de recente ontwikkelingen waarbij alles in toestel-specifieke vakjes geduwd wordt, en dan vooral het feit dat content exclusief gemaakt wordt voor bepaalde hardware.

Vermits het maar mijn eigen mening is, kijk ik uit naar die van jou.

Content moet platform-onafhankelijk zijn (1)
Apple en Murdoch stellen lancering nieuwsapp uit
Trouwe lezers weten dat onze redactie haar twijfels heeft over de trend om alles in apps te gieten die dan enkel op dat bepaalde platform werken. Een game of speciale toepassing, tot daar toe; die werden altijd als speciale programma’s aan de gebruiker geleverd, en in het tijdperk van de “apps” is dat nog net zo. Maar informatie in een app gieten, in plaats van via het web voor iedereen toegankelijk maken, dat is een ander paar mouwen.
Toch is dat wat verschillende media nu doen, in de overtuiging dat zij zo de gebruiker kunnen laten betalen voor hun content. Want voor apps (en dan vooral voor de iPad) is men bereid te betalen, een filosofie waarvan de uitgevers hopen dat die ook zal werken voor hun kranten en magazines.
Dat zij bedrogen uitkomen, wordt nu steeds duidelijker. Je krijgt van ons in deze artikelenreeks 3 voorbeelden te zien van content-aanbieders die zich plots beginnen te realiseren dat zo’n app toch niet zaligmakend is.
Om te beginnen een bericht over de “Daily”, een nieuw soort krant die volgende week uitgebracht zou worden door Apple en News Corp. samen, het nieuwsconcern van Rupert Murdoch. “Zou” wordt hier bewust gebruikt, want over de exacte datum van lancering van deze krant zijn enkel maar vage geruchten te krijgen. Murdoch heeft zelf wel bij verschillende gelegenheden de app voorgesteld, dus het staat in elk geval vast dat die er komt. Waarom dan de vertraging?
Volgens betrouwbare bronnen zou dat alles te maken hebben met de manier van abonneren op de krant. Er zou namelijk een nieuwe “push” vorm van abonneren komen, waarbij nieuwe afleveringen van een krant of magazine automatisch door iTunes naar de abonnee doorgestuurd worden, elke dag. De abonnee zou dan per week of maand aan iTunes moeten betalen. Daarvoor is een update van iTunes vereist, en dat zou volgens insiders de reden zijn voor het uitstellen van de lancering van de nieuwe krant.
Aan deze aankondiging zitten twee aspecten vast. Enerzijds dat alle updates via iTunes moeten gebeuren, en anderzijds dat het Apple is die via iTunes niet alleen het abonnementsgeld int (en een percentje vraagt?) maar ook de gegevens van de abonnees in handen krijgt, en die gebruiken kan voor marketingmedia. iTunes weet nu al welke software (of liever: apps) je gebruikt, welke muziek je beluistert, en nu ook welke kranten je leest. Goed voor Apple, dat weer een stukje meer controle krijgt over de gebruikers. Minder goed voor de gebruiker zelf, die weer wat van zijn privacy kwijt is, maar ook minder goed voor de uitgever, zoals je in het volgende artikel lezen kan. Of dit laatste de werkelijke reden is voor het uitstellen van de lancering van de iPad Daily, of dat het echt enkel te maken heeft met de iTunes update, laten wij in het midden.
http://mediamemo.allthingsd.com/20110113/a-delay-for-the-daily-apple-news-corp-push-back-launch-date/

Content moet platform-onafhankelijk zijn (2)
Roularta realiseert zich wat de nadelen zijn van een iPad app
Tal van Vlaamse uitgevers zijn op de iPad boot gesprongen. Net zoals in het tijdperk toen Second Life hip was elk bedrijf een “eiland” in Second Life kost om te bewijzen hoe “mee” het wel was, net zo brachten de uitgevers de laatste weken in een ware wedloop een na een hun iPad versie van de krant of het magazine uit. Dat sommige van die versies enkel maar veredelde PDF’s zijn, laten wij nu even buiten beschouwing. Als we maar het woordje “iPad” in ons blazoen kunnen voeren, moeten de uitgevers gedacht hebben.
Dat de iPad de verkoop van kranten en magazines niet aanzwengelt, daar hebben we het verleden week al over gehad. (1) Dus dat positieve effect kunnen de uitgevers al op hun buik schrijven. Maar er is erger: nu pas beginnen de uitgevers te beseffen wat zij zich op de hals gehaald hebben door hun content via de iPad aan te bieden. De krant De Tijd zegt het duidelijk: “Apple neemt met ipad uitgevers in de tang” (2).
Het blijkt namelijk dat Apple van Roulara 30% eist van de inkomsten uit abonnementen. De abonnementen moeten, zoals in het vorige artikel aangekondigd, voortaan via de iTunes software verkopen – vroeger moest enkel de verkoop van losse nummers van het Knack magazine via de iTunes Store verlopen. En aanbiedingen zoals een gratis app-versie van de krant, wanneer je een abonnement op de print versie neemt, zijn voortaan verboden.
Heeft Roularta de kleine lettertjes niet gelezen? Of heeft Apple plots de gebruiksvoorwaarden gewijzigd? Feit is dat Roularta weinig keuze gelaten wordt: indien het deze nieuwe voorwaarden niet aanvaardt, zal Apple geen update aanvaarden van de app, die toegang geeft tot de iPad-Knack. William De Nolf, directeur nieuwe media van Roularta laat het er in elk geval niet bij zitten, en wil de beslissing aanvechten. Ook concullega-uitgever Corelio is plots gealarmeerd, want tot nu toe kon men daar eveneens losse exemplaren van de iPad krant via iTunes verkopen, maar verliepen de abonnementen via de servers van Corelio. In Nederland hetzelfde verhaal: NRC Handelsblad moet de iPad versie verwijderen uit het digitale abonnement dat de uitgever aanbiedt, waarbij men de krant digitaal kan lezen op pc, tablet of smartphone.
Maar volgens ons hebben de uitgevers nog niet echt door hoe prachtig (verdorven) het systeem van Apple is. Want Apple heeft ook bepaald dat alle advertenties die op iOS toestellen verschijnen, inbegrepen de iPad, via de nieuwe iAd dienst van Apple moeten verlopen – waarvan gezegd wordt dat Apple alles in handen heeft, van ad-creatie tot ad-regie.  Met andere woorden heeft de krantenuitgever zelf geen inspraak meer over die reclame. Verschillende kranten hadden sinds enkele maanden hun reclameregie in eigen handen genomen. Zullen zij die nu nog behouden?
Het iAd systeem van Apple heeft nog niet veel aandacht gekregen in de mainstream media. Maar verdient die aandacht absoluut, omdat het Apple een monopolie geeft over alle reclame die op het toestel verschijnt – in de apps uiteraard, niet op de reclame op websites. Een interessant artikel daarover vind je bij PBT Consulting (3
(1)http://www.netties.be/v20/toon_artikel.php?id=13135&cat=Nieuws&zoekdatum=2011-01-03
(2)http://www.tijd.be/nieuws/ondernemingen_media/Apple_neemt_met_iPad_Roularta_in_de_tang.9009412-3119.art
(3)http://tommytoy.typepad.com/tommy-toy-pbt-consultin/2010/12/apples-restrictive-iad-rules-piss-off-everybody-loses-adidas-account-could-be-a-monopoly-says-us-jus.html

Content moet platform-onafhankelijk zijn (3)
BBC zegt neen tegen tv-fragmentatie
Steve jobs is ermee begonnen, met de apps. En omdat alles wat Apple doet hip is, is de rest gevolgd: iedereen begon met “apps”. Eerlijkheid gebiedt ons daaraan toe te voegen dat het voor toepassingen voor de smartphone wel handig is, die apps en app stores. Want wanneer je vanop jouw mobieltje (een LG-P500 bijvoorbeeld) naar zo’n app store surft, dan worden meteen de juiste toepassingen voor jouw telefoon opgelijst. Met andere woorden: je moet niet eerst gaan zoeken naar bepaalde software, om dan tot de conclusie dat die voor jouw type toestel niet beschikbaar is.
Maar dat geldt in principe voor programma’s, niet voor content. In sommige gevallen, wanneer het bijvoorbeeld om DRM gaat (bescherming van de auteursrechten) wordt content in een bepaalde verpakking aangeboden, die het bekijken ervan beperkt tot bepaalde internauten. Zo bijvoorbeeld de iPlayer van de BBC, die ervoor zorgt dat enkel Britten de programma’s bekijken kunnen. Goed voor de Britten, die gratis naar alle programma’s (en herhalingen!) kunnen kijken via de computer, waar wij arme Vlamingen daarvoor moeten betalen met geld (Uitzending gemist) of met downloadvolume (Yelo van Telenet).
Nu is de verleiding voor de BBC uiteraard heel groot om een speciale versie te maken van de iPlayer voor de iPad en co. De BBC Trust heeft echter aangekondigd dat het geen speciale toepassingen zal maken van deze iPlayer – dus niet voor de iPad, maar ook niet voor alle “slimme” tv platforms die er nu aan het ontstaan zijn. Het zal je allicht niet ontgaan zijn dat erop de voorbije CES beurs in Las Vegas heel wat te doen was rond “slimme tv’s”, waarop je ook inhoud van het internet kon bekijken via allerlei apps.
En hier zitten we dus aan een nieuwe vorm van defragmentatie: elke fabrikant is bezig om een eigen ecosysteem uit te bouwen, waarbij alle apparatuur van dat bepaalde merk naadloos op elkaar afgestemd is. Je begint een film te kijken op je tv, moet naar de keuken om de soep te maken, je neemt je tablet en gaat in de keuken verder kijken: je tablet weet exact waar je gebleven bent in de film. Zelfs op je smartphone kan je verder kijken naar je film.
Er is een wildgroei aan digitale platformen aan het ontstaan voor slimme tv’s. De BBC heeft aangekondigd dat zij aan die wildgroei niet wil meedoen. Dat mag op korte termijn een negatieve beslissing lijken. De in de VS erg populaire dienst voor het on demand bekijken van films Netflix heeft daar voor elk mogelijk toestel, voor elk mogelijke tv, een versie uitgebracht van zijn software. Maar de beslissing van de BBC is wel positief op de lange termijn: er moeten dringend nieuwe standaards komen voor de slimme tv’s, zodat alle apps op alle tv’s kunnen draaien. (1)
Wat ons terugbrengt bij ons uitgangspunt: content moet platform onafhankelijk zijn. Zenders zoals de BBC kunnen hun content aanbieden, maar nooit in exclusiviteit, en makers van hardware kunnen die content overnemen. Het is al erg genoeg dat de kabelbedrijven momenteel bepalen welke zenders jij kan bekijken en welke niet…
Net zo is het met de nieuwsmedia. Zij moeten zich beperken tot het maken van content. Het zijn de ontwikkelaars die toepassingen moeten maken die de content in licentie nemen, en het zijn niet de hardware fabrikanten die mogen bepalen welke content er al dan niet op hun toestel mag komen. Of is dat een verkeerd standpunt? Netties kijkt uit naar jouw reactie…
http://gigaom.com/video/bbc-smart-tv-fragmentation/

 

(Met dank aan de mensen van de Buzz out Loud podcast voor de inspiratie)

Het Google-Verizon plan: een pact van de duivel?

1 reactie

Is het framework dat Google en Verizon uitgewerkt hebben echt het begin van het einde van het open internet, en werd nu de deur opengezet naar een internet met twee snelheden – supersnel voor wie betaalt, en filevorming voor alles wat gratis is? Moeilijk te zeggen. Er zitten immers zoveel aspecten aan deze gezamenlijke verklaring. De meeste waarnemers in de VS twijfelen, laat staan dat je hierover een standpunt in de Vlaamse media kan lezen. Is Google inderdaad plots “evil” geworden, waar het vroeger als lijfspreuk “do no evil” had? Een moeilijke zoektocht naar de achtergronden, de aspecten, de nuances – een zoektocht die de inbreng van commentatoren tegemoet ziet.

Wat is “net neutrality” – uitgelegd in Belgisch/Vlaamse omstandigheden.

Eerst even de termen “net neutraliteit” uitleggen. Daarbij wordt bedoeld dat de providers, de bedrijven die het mogelijk maken dat jij het internet op kan, geen onderscheid mogen maken tussen de content die er via de netwerken vervoerd wordt. E-mail moet even snel gaan als een videobestand, en ja, ook P2P mag niet versmacht worden. Waarom het belangrijk is dat er een verplichting komt tot net neutraliteit? Omdat providers soms niet alleen een signaal, maar ook zelf content aanbieden. Je kan het best vergelijken met Telenet of Belgacom. Zij zijn aanbieders van internet en digitale tv. Bij beide aanbieders komt het signaal binnen langs dezelfde kabel. Beide bedrijven hebben er het meeste belang bij dat het tv-signaal voorrang krijgt – want hortende digitale beelden worden nu eenmaal niet gepikt door de kijker. Wanneer er breedband genoeg is, is er geen probleem. Maar wanneer de providers onvoldoende geïnvesteerd hebben in breedband, en de vraag naar breedband groter is dan wat de fysieke lijnen aankunnen, dan ontstaat het gevaar dat de provider de voorrang gaat geven aan het signaal waaraan hij het meeste verdient – tv, video on demand bijvoorbeeld. De andere signalen krijgen lagere prioriteit. Zo ontstaat er een internet met twee snelheden: wie betaalt krijgt snelheid, de rest moet het doen met wat er aan breedband overblijft.

Er is nog een tweede aspect, dat van de “walled garden”. Dat wil zeggen dat signaal-aanbieders (internet via telefoonlijn, kabel, draadloos…) gaan bepalen wat jij mag downloaden en bekijken. Dat bestaat nu al bij de kabel (Belgacom en Telenet bepalen welke zenders er bij jou binnenkomen, of je naar voetbal kan kijken of niet). Een toestand die wij allemaal voor zoete koek slikken, en die overal ter wereld bestaat, maar die eigenlijk niet zou mogen bestaan. Als gebruiker zou jij moeten kunnen kiezen uit alle mogelijke zenders uit de hele wereld, ook bijvoorbeeld betaalzenders uit de VS, en “gewone” zenders uit landen zoals Turkije, Marokko, Polen, enz. ook hier op de kabel beschikbaar moeten zijn. Dat zou dan meteen het probleem van de gevelvervuiling door de vele schotelantennes oplossen. Maar dat terzijde.

Dus: net neutraliteit wil gewoon zeggen dat de aanbieder van het signaal geen discriminatie mag uitvoeren op basis van soort content (video, p2p, mail, ftp…) en dat hij alle mogelijke content moet aanbieden.

Maar dan komen we aan de kern van het probleem. Daar verdienen de providers niet veel aan. Het is veel voordeliger voor hen indien zij extra geld mogen aanrekenen om bijvoorbeeld aan Google te garanderen dat alle filmpjes van YouTube zonder haperen doorkomen. Of indien zij mogen bepalen (zoals nu het geval is bij de kabel)  welke content je mag bekijken. Bij het “wired internet”, het internet zoals we het nu kennen en dat de hele wereld omspant via kabels, is de rol van de providers beperkt tot doorgeefluik. Zij mogen geld vragen voor een abonnement, met eventuele gradatie voor down/uploadvolume en snelheid. En dat zint de providers niet.

Daarom willen zij graag de kansen die zij misten met het gewone, open internet, goedmaken met het draadloze internet. En daarmee bedoelen wij niet het internet bij jou thuis, via het draadloze modem, maar het internet via de smartphone. Wie in de beginjaren van dit draadloze internet een gsm met internettoegang kocht, belandde inderdaad in een walled garden: men mocht enkel surfen binnen de muren van dit tuintje – denk maar aan de Vodafone pagina’s. Ideaal voor de carrier, want die kon dan toegangsrechten vragen aan derden om content te mogen aanbieden in dit tuintje. Bovendien zouden alle transacties die in dit tuintje gebeurden, via de carrier moeten lopen, en kon die daar ook weer een percentje op heffen.

Tot zover de achtergrond.

Het gaat wel om Amerika

In het voorgaande hebben wij net neutraliteit verklaard vanuit een Europese/Belgische achtergrond, om het een en ander duidelijk te maken. Maar we mogen niet vergeten dat het hier eigenlijk gaat om een Amerikaans initiatief. In de VS hebben de providers in de voorbije jaren veel geld gekregen van de overheid om ook minder dicht bevolkte gebieden online te brengen. Internet brengen in landelijke gebieden vraagt veel investeringen, die haast niets opbrengen. Vandaar dat de Amerikaanse overheid steun gegeven heeft, steun die de grote Amerikaanse providers met veel genoegen geïncasseerd hebben, maar waarmee zij niet veel verbetering gebracht hebben in de ontplooiing van de infrastructuur (glasvezel, draadloze netwerken, enz.). Nu er steeds meer vraag is naar breedband, staan de providers onder druk. Ze moeten breedband uitbreiden, maar het geld is er niet meer. De gemakkelijkste weg is geld gaan zoeken bij de aanbieders van content, en hen QoS (quality of Service) waarborgen aan te bieden in ruil voor geld. Het gevaar ontstond dus dat net neutraliteit in het gedrang zou komen.

Wat is er nu eigenlijk gebeurd?

De Amerikaanse overheid wil de net neutraliteit behouden en waarborgen. Daarvoor was het FCC (Federal Communications Commission) al een hele tijd in onderhandeling met de verschillende telecombedrijven. Maar die gesprekken schoten niet veel op. Bovendien ontstond de vrees dat de overheid (die nu eenmaal niet zoveel kaas gegeten heeft van wat er écht omgaat in de IT wereld) door regelneverij alle innovatie in de kiem zou smoren. Daarom heeft Google zelf een initiatief genomen, en dat is dus waarrond de hele hetze draait.

Het heeft samen met Verizon, een van de grootste telecombedrijven in de VS, een framework uitgewerkt voor de net neutraliteit. Let wel: het is een voorstel, en enkel geldig voor de VS. En alhoewel vaak een trend die gezet wordt in de VS overwaait naar Europa, houdt de EU er gelukkig andere maatstaven op na, die de gebruiker meestal veel meer beschermen dan in de VS. Dus zelfs indien dit framework door de FCC aanvaard wordt, is het nog niet gezegd dat het ook in Europa en dus België toegepast zal worden. Maar het is wel zaak om deze evolutie te volgen, en alert te blijven.

Wireless en Wired

Wat is er in dit framework bepaald? Dat het “wired” open internet, zoals het nu bestaat, open en neutraal moet blijven. Er moet transparantie zijn over de aangeboden diensten en tarieven – maar die transparantie heeft natuurlijk weinig zin als de gebruiker geen drukkingmiddel heeft om zich te verzetten tegen aanbod en tarieven. Maar er komen wel boetes indien de neutraliteit niet gerespecteerd wordt.

Belangrijk hierbij is te noteren dat dit framework slaat op diensten die NU reeds bestaan. Toekomstige nieuwe diensten zullen dus uitgezonderd zijn van deze verplichting tot neutraliteit. De redenering is dat men nu niet kan weten wat die toekomstige diensten zullen zijn, en dat het dus ook moeilijk is om die te reguleren. Denk bijvoorbeeld aan speciale supersnelle diensten om microchirurgie via robotten in operatiekamers mogelijk te maken vanop afstand. Ik heb er geen bezwaar voor dat er aan zulke dienst dan voorrang gegeven zou worden. Maar toekomstige diensten waarbij, om terug te keren naar ons Belgische model, Telenet een soort iTunes in het leven zou roepen om filmpjes via het internet op je computer of tv te bekijken, die dan voorrang krijgen boven alle andere verkeer, en waarvan de bandbreedte niet meegeteld wordt voor jouw gebruik, daar zouden wij dan toch wel tegen protesteren.

Er wordt hier ook gesproeken van het “open” internet. Het is dus niet uitgesloten dat er morgen een bedrijf nieuwe diensten opstart, diensten die dan niet meer onder de verplichting tot net neutraliteit vallen.

Er is nog een belangrijke nuance. In ruil voor neutraliteit bij het bestaande “wired” internet, wordt vrijheid op het draadloze internet opgeofferd. Dat is, zo heet het, nog te jong, en het nu reguleren zou vernieuwing en de uitbouw ervan in een gezonde competitieve sfeer verhinderen. Dat wil dus wel zeggen dat zowel het bevoordelen van sommige content boven andere toegelaten zal zijn, als het werken met walled gardens.

Een spijtige zaak, menen velen, omdat het draadloze internet nu beknot kan worden. Vrijheid, openheid wordt opgeofferd aan dollars. De carrier zal in de toekomst nog meer mogen bepalen van welke diensten jij gebruik kan maken – of liever: geen gebruik kan maken. Skype, tethering (jouw smartphone gebruiken als modem om met je laptop het internet op te gaan), Google Voice (de dienst die jou één telefoonnummer toekent voor al jouw contactnummers – werk, thuis, mobiel, inclusief antwoordapparaat)… Het zal de carrier zijn die het toelaat of niet, en er extra’s voor kan vragen. Het zal ook in de VS de verplichte combinatie tussen telefoon en carrier kunnen laten voortduren. Voor alles zal er een pasmunt zijn. Maar, zoals gezegd is Europa de VS niet, gelukkig.

Goed of slecht voor de toekomst van het internet?

Is het framework dat Google en Verizon op tafel gelegd hebben een goede zaak? Eerlijk gezegd weet ik het niet. De enige bedenking die meteen bij mij opkomt, is het feit dat draadloos internet in ontwikkelende gebieden (Afrika, India…) de enige mogelijkheid voor de burgers daar is om online te raken, en toegang te hebben tot informatie, omdat fysieke kabels in de grond daar geen oplossing zijn. Je mag er niet aan denken dat in die landen de neutraliteit van het draadloze net opgeofferd zou worden aan de geldhonger van de carriers. Maar zover zal het allicht nog niet komen, want de carriers in die landen hebben er niet meteen baat bij walled gardens in te roepen.

Meer achtergrond bij het voorstel bij onderstaande links.

Omdat er in de mainstream Vlaamse media niet meteen artikels verschenen zijn over dit onderwerp, heb ik dit artikel, dat voor het e-zine netties bestemd is, op een in de haast in het leven geroepen blog geplaatst. De bedoeling:  dat bezorgde bloggers hier hun commentaren kwijt kunnen, aanvullingen kunnen plaatsen. Dus: aan de lezer het woord!

Het beëindigen van de onderhandelingen over net neutraliteit is goed nieuws voor het internet

Het voorstel van Google en Verizon: een initiatief om het onderwerp Net Neutraliteit in beweging te krijgen

De tekst van het voorstel

– The Guardian somt enkele reacties op

Mashable tracht het voorstel te ontleden

Google en Verizon betuigen opnieuw hun liefde voor het open internet

– Genadeloze kritiek van Search Engine Land: Google en Apple hebben de gsm revolutie verloochend

De loopholes in het Google-Verizon pact

– 5 rode vlaggen die tot bezorgheid leiden

(artikel bestemd voor netties e-zine )